De uitdagingen voor ons onderwijs

Door Kathleen Krekels op 31 augustus 2016, over deze onderwerpen: M-decreet

 

Een nieuw schooljaar gaat van start. We schrijven 2016-2017. Het is het tweede schooljaar sinds de start van het M-decreet dat maatregelen voorziet voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Een decreet dat zowel mede- als tegenstanders kent.

Het is ook niet eenvoudig. Ons onderwijssysteem bestaat uit het gewone en het buitengewone onderwijs. In het verleden hebben we geïnvesteerd in beide waardoor zij nu ieder hun eigenheid, kennis en kunde hebben. Sinds het M-decreet wordt verwacht dat in het gewone onderwijs naast de kennis en kunde vanuit het buitengewoon onderwijs ook meteen hun eigenheid aanwezig is. Dit is uiteraard niet mogelijk.

Via de waarborgregeling, competentiebegeleiders, CLB en de nieuwe visie die wordt uitgewerkt rond het gon (geïntegreerd onderwijs) en het ion (inclusief onderwijs) bieden we ondersteuning. Met de (pre)waarborgregeling beogen we voldoende ondersteuning voor elke school om de steeds groter wordende diversiteit tussen leerlingen op te vangen. We zien dat die regeling positieve sporen nalaat: de ondersteuning komt op de werkvloer zelf terecht! We zien er met N-VA dan ook op toe dat de middelen niet opgaan in de tussenstructuren. Anderzijds merken we op dat de middelen niet iedereen bereiken. Om versnippering tegen te gaan concentreert de prewaarborgregeling zich immers slechts in een aantal scholen. Dit alles maakt dat het in sommige scholen prima loopt en dat andere scholen met hun handen in het haar zitten. Leraren kampen nu al met verschillende zorgvragen in hun klas. Het wordt steeds moeilijker om het overzicht te behouden om naast de reguliere werking ook nog in te zetten op de steeds groter wordende individuele noden. De draagkracht van leerling, leerkracht, klas én school moet op zoek gaan naar een juist evenwicht. Omwille van steeds meer complexe problematieken, wordt het moeilijker de juiste zorg voor ieder individu te kunnen garanderen.

Goede ondersteuning vraagt om een brede visie. Daarin speelt de lerarenopleiding een sleutelrol. We zetten in op het aantrekkelijk maken van het lerarenberoep en het kwaliteitsvol opleiden van toekomstige leraren. Niet alleen dienen zij een brede kennis en vaardigheden te ontwikkelen maar ook een besef van de verantwoordelijkheid die zij dragen als kleuterleidster, leerkracht lager of secundair onderwijs, directie, docent of professor. Mensen die in het onderwijs staan, zijn best mensen met een goede dosis zelfkennis en verantwoordelijkheidszin zodat ze initiatieven nemen en anderen meetrekken aan de hand van hun ideeën. Ze dienen er plezier in te vinden om te kennen, te begrijpen, te onderzoeken en te ontdekken en dat te delen met hun collega’s en leerlingen om hen zo te prikkelen. Durven vernieuwen en creatief zijn, steeds op zoek gaan naar andere manieren om doelen te bereiken, ideeën uitwerken en verfijnen, ontwerpen, ontwikkelen en uitvinden. Ook een onafhankelijke kritische geest is een belangrijk gegeven om aan de slag te gaan en projecten te realiseren. In het onderwijs van vandaag komen we al heel wat van deze mensen tegen. In de lerarenopleiding moeten we ervoor zorgen dat deze persoonskenmerken  nog meer worden aangemoedigd en versterkt..

Indien je gedreven mensen in je team hebt en een directie die leiding neemt en geeft en vanuit het beleid nog meer de autonomie krijgt om zijn/haar school te runnen zoals hij/zij het nodig acht, zijn we vertrokken voor het krachtige onderwijs dat nodig is voor de toekomst.

Als beleidsmensen moeten wij er dus voor zorgen dat de juiste mensen aangetrokken worden, dat we hen ondersteuning bieden en bewegingsruimte geven. Directies moeten de mogelijkheid hebben om meer expertise aan te trekken op basis van de behoefte in hun school. Het inzetten op planlastvermindering is daarin ook prioritair opdat toekomstige leraren niet ontmoedigd worden door de administratieve rompslomp waarmee ze vandaag nog te vaak te maken krijgen.

In een basisschool zijn een voltijdse directie, administratieve hulp, zorgcoördinator en ICT-verantwoordelijke een must, ongeacht de grootte van de school. Co-teachers zullen meer regel worden dan uitzondering doordat de diversiteit in het onderwijs stijgt mede omwille van het M-decreet. Ons onderwijs moet ervoor staan om optimale kansen te bieden voor alle kinderen ondanks hun beperking of leermoeilijkheid. Niet alle kinderen zijn gelijk. Ze verschillen op vlak van intelligentie, motoriek, auditieve en visuele vaardigheden… We moeten dus niet iedereen gelijk willen maken maar ze wel optimale kansen geven om hun doel te bereiken. Dit vraagt onderwijs op maat, gewoon en buitengewoon. We ijveren daarom voor een nieuw ondersteuningsmodel waar de noden van het kind als prioriteit worden genomen. De ondersteuning van de leraar is daarin eveneens cruciaal.

 

Kathleen Krekels

Vlaams parlement

kathleen.krekels [at] vlaamsparlement.be

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is